Wind in de rug

Langzaam heb ik het idee dat het weer wat beter gaat met ons.  Vorige week zondag was het een jaar geleden dat ik mijn CVA kreeg. Vorige week maandag had ik een afspraak met mijn neuroloog. Ik vond het fijn die man weer te zien. Hij vroeg me hoe het ging en ik durfde best te zeggen dat het goed met me ging. Ik merk dat ik veel meer aan kan en dat ik laatst zelfs ineens een dubbeltaak uitvoerde en dat ik merkte dat ik dat kon! Ik zei tegen mijn neuroloog: ik denk dat het enige obstakel wat ik nog moest overwinnen mijn eigen onzekerheid was. Dat beaamde hij en ook Jelmer. Ook ben ik gestopt met de bloedverdunners. Goedzo zei hij! Ik moest nou meer vertrouwen op mijn eigen lichaam en mijn eigen hoofd. Je bent nu zo onderzocht en gezond verklaard! Jij bent door de medische molen gegaan en jouw gaatje in je hart is nou verholpen. Je bent misschien nog wel gezonder dan ik, want al die onderzoeken heb ik niet gehad. Ik vertelde nog over mijn korte lontje en dat soms prikkels heftig voor me zijn vooral als ik moe ben. Hij zei: dat is misschien ook een beetje de aard van het beestje. Niet zo onzeker zijn.  Hij zei: ik zal je niet snel vergeten, hoe jij binnen bent gebracht met jonge kinderen in pyjama op bed een trombolyse uitvoeren, zo jong, te bizar voor woorden.  Tot slot zei hij: ik denk dat het goed is dat we het nu afronden. Als er wat is kan je hier altijd terug komen, maar ik zie je liever niet terug en hij gaf me een hand.

Niks staat me dus nog in de weg. Ik ben gezond verklaard. Na een jaar en een dag. Dat is gek, fijn, mooi en eng.

“heb vertrouwen”

Alles op mijn eigen tempo in kleine stapjes.

Jelmer en ik hadden allebei gesolliciteerd op het autobedrijf binnen Post.nl  Op goede vrijdag kregen we daar uitslag van. De nacht voor de uitslag constant over gedroomd. Elke keer droomde ik dat we beiden werden aangenomen. Zenuwachtig kwam ik op het werk. Pas om 9.00 zouden we om de beurt de uitslag van de baas te horen krijgen. Om 9.00 stond ik voor de baas zijn deur: ik wil eerst! hahaha. Ik zei tegen mijn baas. Moet Jelmer zelf zijn uitslag ophalen (hij zat thuis met de kinderen) of kan ik het meenemen. Toen zei mijn baas: of je maakt hem blij of verdrietig. Hij vroeg naar mijn droom, ik zei: ik droomde dat ik en Jelmer beiden waren aangenomen. Nou zei hij: dan heb je goed gedroomd!  Ik gaf hem een knuffel zo blij was ik! Hij zei: niet zo onzeker zijn Tamara, je kan het!!  We zullen wel wat flexibeler  moeten worden, meer opvang voor de kids. Maar dat heb ik er wel voor over. Ze zijn nu 5 en 8 en ze zijn tot nu toe constant thuis geweest, nu worden ze ouder dus kunnen ze het aan. Ik weet niet precies hoe de roosters eruit gaan zien, maar we zullen moeten puzzelen, maar dat komt helemaal goed! Eerst maar horen wat de tijden zijn en wat de bedoeling is.

Eindelijk hebben we wat gelukjes, daar waren we wel aan toe!

Ik ben gezond verklaard en ik heb weer wat zekerheid qua werk. Ik ben een gelukkig mens!