Slokdarm echocardiografie

Afgelopen weekend voldoende tijd gehad om me druk te maken om deze ochtend. Wat heb ik ingezeten over dit onderzoek. Nachtmerries en elke keer als ik eraan dacht voelde ik dat ding al in mijn keel hangen. Constant een benauwd gevoel. ‘Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest’, is voor mij een zeer bekende en toepasselijke zin. Wat kan ik soms een zenuwpees zijn en wat kan ik een zorgen maken voor wat komen gaat, voor het onbekende.

Ik kwam gister wat moeilijk in slaap maar had gelukkig van Maaike wat kalmerende homeopatische pilletjes meegekregen. Toen ik eenmaal sliep heb ik wel heerlijk kunnen doorslapen tot de wekker ons wekte. De dag begon al goed want onze oudste was knap chaggarijnig en gaf ons de volle laag. Later draaide het gelukkig bij. Oma kwam ’s ochtends al vroeg om de kindjes naar school te brengen omdat we vroeg in het ziekenhuis moesten zijn.

Toen we op het punt stonden te vertrekken was ik mijn ponskaartje ook nog eens kwijt. Mijn tas over de kop gehad, nergens kunnen vinden, we waren haastig dus besloten we zonder ponskaartje te gaan. We konden aldaar nog een nieuwe laten maken. Zo gezegd, zo gedaan: snel een ponskaartje laten maken. We konden het allemaal net op tijd redden. Aangekomen op de functieafdeling heeft de aardige mevrouw me aangemeld. Wat bleek nou, ze had mijn ponskaartje helemaal niet nodig… pfff hahaha.

Nou toen best lang gewacht. althans voor mijn gevoel dan. De minuten kropen voorbij. Jelmer probeerde me gerust te stellen door te vertellen wat er allemaal ging gebeuren. Goed bedoeld, maar ik wilde toch maar dat hij zijn mond hield, ik vond hem maar druk. Eindelijk werden we opgehaald, door een aardige assistente die geen onbekende voor me was. Ze had me eerder bijgestaan toen ik het contrastvloeistof onderzoek moest ondergaan. Toen ze me een hand gaf legde ze me meteen een hand op mijn schouder en zei: je ziet er erg tegenop he? De tranen kon ik niet zo goed meer onderdrukken en ik zei: Heel erg! Ik moest mijn t-shirt uit doen en  kon mijn hemdje aanhouden. Ze plakte 3 stickers op mijn lichaam. Ze stelde me gerust door te vertellen wat er precies ging gebeuren. Ik stelde haar nog wat vragen, meeste vragen wist ik het antwoord al van, maar het over en weer praten stelde me gerust. Ik kreeg een spray in mijn keel gespoten wat mijn keel zou verdoven. Het smaakte wat vies en mijn keel verdoofde meteen. Het gevoel leek op het medicijn: Trachitol. En dat klopte wel want het had dezelfde bestanddelen zei de assistente. Ik had gelukkig mijn eigen behandelend cardioloog: dokter de Groot. die kwam na een paar minuten ook binnen. Hij wist mij ook behoorlijk op mijn gemak te stellen. Hij bracht een infuus bij me in met een licht slaapmiddel. Ik zou er kalmer door worden maar niet in slaap vallen omdat ik de instructies wel moest kunnen volgen. Ik ging op mijn zij liggen en Jelmer zat achter me. Ik kan niet meer herinneren het ding gezien te hebben, maar Jelmer zegt dat ik het ding wel heb gezien. De dokter had ook uitgelegd dat ik door het roesje sommige dingen niet meer zou kunnen herinneren. Voor ik het wist had ik de camera ingeslikt. Ik kan me nog herinneren dat ik door een punt heen ging wat rot voelde, maar het ging eigenlijk heel soepel en zonder haperingen.  Ik was vantevoren bang voor het feit dat ik niet mocht slikken, nou dat is eigenlijk mij het meest meegevallen. Dat gevoel dat ik moest slikken, had ik niet of ik dacht er niet aan. Ik greep achter me en had Jelmer zijn hand vast. De arts zei dat ik het fantastisch deed en dat ik me kranig hield. Elke keer als de arts de camera draaide of bewoog gaf het een rot gevoel en af en toe moest ik hoesten. Ik denk dat die camera zo’n 10 minuten in mijn slokdarm heeft gezeten. Toen de arts klaar was en het ding eruit moest halen gaf ook even een rotgevoel.

Héhé, het is achter de rug! Wat een opluchting. Ik was zo blij met de arts en assistent die me hadden begeleid. En natuurlijk Jelmer die me bij stond. Mijn keel was nog steeds verdoofd en ik voelde me ook nog slaperig.  Daarna hebben we nog een half uur daar gezeten om me te laten bijkomen. Jelmer kreeg een kopje koffie maar ik moest door de medicijnen nog even wachten. Na een half uurtje kreeg ik een glaasje water van de assistente. Wat heerlijk! Slikken ging goed, dus we mochten naar huis.

Ik ben zo blij dat het achter de rug is, ik heb er zo tegenaan gezien. Achteraf viel het natuurlijk mee, en waren mijn zorgen erger dan het onderzoek zelf. Maargoed, dat ligt nou eenmaal in mijn karakter en dat krijg je er niet zomaar uit.

‘Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest’ Die houden we erin!

Advertenties

Acceptatie??

We zijn inmiddels meer dan 6 weken verder sinds het noodlot toesloeg. Elke keer denk ik dat ik het besef heb wat er is gebeurd. Het is zo raar. Het komt soms zo keihard binnen. In het begin dacht ik: het is gebeurd, over tot de orde van de dag, beetje rusten, beetje rustig aan doen. Het gaat goed, denk ik. Maar als het niet gaat zoals het gaat word ik boos en gefrustreerd. Het ging toch goed??? Waarom wil het dan niet zoals ik het wil?? Accepteren doe ik het niet.  Het komt zo ongelovelijk hard binnen.  Toen ik uit het ziekenhuis kwam was ik zo relaxed en zelfverzekerd. Tuurlijk had ik mijn twijfels, maar ik dacht: ik kom er wel. Ik heb de wil er te komen, dus kom ik er ook! Ik merk dat het niet zo makkelijk gaat zoals ik had verwacht. In de weken hiervoor, had ik al een vermoeden dat dit er aan zat te komen. Ik was te relaxt, te ontspannen. Het voelde niet helemaal goed omdat het té goed ging met mij. Ik merk dat ik in het begin zit van mijn acceptatie en dat ik het er moeilijk mee heb. Het voelt rot, heel rot. Maar aan de andere kant heb ik zoiets van: zie je wel, daar is hij dan: De acceptatie. Ik ben erg emotioneel. Ik ben zo ongelovelijk gezegend met mijn gezin. We kunnen het aan met zijn viertjes. Mijn held, die me 6 weken geleden op zijn intuitie naar het ziekenhuis heeft gebracht omdat hij dacht: het zit niet goed, sleurt me er doorheen. En mijn fantastische kinderen, die het niet altijd begrijpen, maar het tóch heel goed opvangen en er op zo’n goede manier mee omgaan. Tuurlijk maken ze het me soms niet echt makkelijk, maar met mijn korte lontje dwing ik wel respect af bij mijn kinderen. Voor mijn infarct had ik er wel eens de neiging om aardig gevonden te willen worden. Nu na mijn infarct heb ik daar niet meer zoveel last van. Ik wil duidelijkheid. Gelukkig blijf ik wel redelijk en wordt alleen boos als dat nodig is, althans naar de kinderen toe dan, tegen Jelmer wil ik nog wel eens onredelijk doen, maar gelukkig is Jelmer zeer  begripvol en dan praten we er later over. Kortom ik heb een supergezin waar ik zo ontzettend blij mee ben! En ik wil er meteen nog even bij vermelden dat ik zo blij ben met de mensen om ons heen. De hulp die wordt aangeboden door iedereen, is hartverwarmend! De opa’s en oma’s zijn geweldig! Vrienden en bekenden zijn ook geweldig. Een moeder van een vriendje van Lennon die Lennon vaak op woensdag even meeneemt uit school. Zo lief.

Afgelopen vrijdag kwam er een man over de vloer om te kijken naar onze riolering. Ik was alleen thuis en ik zag er als een berg tegenop. Jelmer had vantevoren een briefje geschreven voor de beste man met de dingen die hij moest weten. Toen die meneer over de vloer kwam heb ik alles maar meteen gezegd. Uitgelegd dat ik er tegenop zag, over mijn cva het briefje meteen onder zijn neus geschoven. Wat een lieve man was dat. Hij pakte het heel rustig op en bewonderde mijn oprechtheid. Hij heeft ons helaas niet kunnen helpen, misschien op latere termijn maar dat is een ander verhaal. Toen de meneer weer weg was, was ik doodop. Ik kon mijn ogen amper open houden. Ben op de bank gaan liggen en ik voelde kippenvel over mijn hele lichaam en liet de tranen de vrije loop. Ik heb gelukkig nog even tot de kinderen uit school komen. Dus ik kan even heerlijk rusten.

Dan komt alles tegelijk: ik haal de kinderen uit school en smeer hun brood. Mijn cardioloog belt op dat moment (was ik van op de hoogte) met het nieuws dat ik een slokdarmcardiografie zal moeten ondergaan.  Dat is even slikken. (ja ja, dat moet ik dan idd letterlijk) Ik krijg ook meteen het nieuws dat het gat in mijn hart sowieso wordt gedicht. Nieuwegein heeft gewoon meer info nodig. Dus dat rare onderzoek zal ik gewoon moeten ondergaan. Ik krijg wel een  roesje gelukkig, dat haalt de scherpe randjes van het onderzoek af. Maar een pretje is het gewoon niet. Als ik het gesprek heb afgerond, krijg ik een telefoontje van mijn baas. Jelmer haalt het niet om op tijd te zijn voor het zwembad gebeuren. Morris moet namelijk om 14.00 in het zwembad liggen. Weer moet ik huilen. Hoe red ik dit?? Met 2 kinderen naar het zwembad??  En ik ben al zo moe… Ik bel in paniek mijn moeder op.  Mijn lieve moeder zegt dat ze eraan komt. Ze heeft een afspraak staan, maar die belt ze af. Geen probleem.  Hulde aan mijn moeder!!  Ik was er wel uit dat mocht mijn moeder het niet kunnen halen, ik gewoon niet naar het zwembad was gegaan. Maar ze was er wel, dus Morris kon naar zwemles toe.

Volgende week dinsdag moet ik voor dat vervelende onderzoek. Ik voel dat ding nu al in mijn keel hangen en ik krijg het er benauwd van. Maar niet teveel aan denken….

Volgens mij ben ik wel weer klaar met praten en klim ik weer van de praatstoel af.

xxx Tam.

Hoe het nu gaat (2 weken later)(16 april)

Toen ik maandag 4 april uit het ziekenhuis kwam was het zo vreemd. Ik had nog steeds niet het gevoel als er iets ergs was gebeurd. Ik zat ik mijn bubble en had het gevoel dat iedereen me voorbij raasde en dat ik er een fractie van een seconde achteraan kwam. Jelmer had gelukkig de rest van de week vrij zodat hij me bij kon staan. Ik had hem erg nodig. Ik genoot van de aandacht en van alle interesse die de mensen in mij staken. Dat was ook een vorm van verwerken. Ik vond het fijn om mijn verhaal te vertellen.
Mijn lieve man is als een rots in de branding voor mij. Ik heb zo veel respect voor Jelmer, hoe hij alles oppakt: de verzorging van de kinderen, onze gesprekken, de twijfels die ik heb en angsten. Hij weet al mijn onzekerheden feilloos de kop in te drukken met zijn wijze woorden. Wat heb ik toch een supervent!! De volgende dag moet ik weer voor onderzoeken naar het ziekenhuis. Er wordt een echo van mijn hart gemaakt en daarbij wordt contrastvloeistof in mijn aderen gespoten om te kijken waar dat heen gaat. Al vrij snel is te zien dat er een gat in de wand tussen mijn hartboezems zit. Vrij aannemelijk is dat de bloedprop door dat gat naar mijn hersenen schoot. Nou moeten we ruim anderhalve week wachten tot het gesprek met de cardioloog. De rest van de week geniet ik van Jelmer om me heen. Het is ook erg fijn dat de kindjes gewoon weer naar school zijn zodat we lekker de tijd hebben voor elkaar. Ik zit nog steeds heerlijk veilig in mijn bubble. Ik merk wel dat mijn lontje erg kort is geworden en behoefte heb aan direct antwoord en duidelijkheid. Er is geen middenweg, want dat verwart me.
De dag komt dichterbij dat Jelmer weer aan het werk moet. De twijfels slaan toe en ik word bang. Ik merk dat mijn jongens het moeilijk hebben met de situatie. Morris keert meer in zijn eigen wereldje en vraag daarbij erg veel aandacht, op school heeft hij het ook erg moeilijk in de klas. Lennon is huilerig en ook erg prikkelbaar. Voor mij heel erg moeilijk om mee om te gaan. Bij te veel stress sla ik op slot of ik begin te huilen. Ik ben zo bang voor het dealen met de gevolgen van mijn infarct. Niet eens voor mezelf maar meer voor mijn kinderen. Ik wil graag die moeder op een voetstuk blijven en ik wil daar niet vanaf donderen door ineens een labiele huilende vrouw te worden.
De dag is daar, Jelmer gaat aan het werk en ik wordt getest door mijn oudste. Morris test me dan ook meteen maar uit door te kijken hoe ver hij kan gaan. (who blames him?) Ik heb het er even moeilijk mee, maar we komen er uiteindelijk heel goed samen uit. Het kost dan ook wat tranen, maar ik blijf overeind staan.
Ik merk nu ook dat als ik te veel bezig ben op een dag zonder te rusten, ik tegen mezelf aan loop. En dan de volgende dag niks meer waard ben. Dus verplicht rusten als de kindjes op school zijn.
We zijn gister ook bij de cardioloog op geprek geweest. Hij vertelde over het gaatje. Wat er zo uitziet:
alt
Hij kon niet met zekerheid zeggen dat dat de oorzaak was van mijn infarct en zou het daarom voorleggen aan de cardioloog in Nieuwegein. Daar zijn dé specialisten van het hart van nederland. Niemand kan mij garanderen waar het infarct vandaan komt, maar in nieuwegein kunnen ze beoordelen of het gat dermate schadelijk voor mijn gezondheid is om het dicht te maken. Daarmee nemen ze dus de garantie niet weg omdat ze het niet zeker weten of dat de oorzaak is van mijn infarct, maar het is wel heel aannemelijk dat het daar vandaan komt. Daarom is de discussie ook of ze het gaan dichtmaken of niet. Ik zelf ben wel van mening dat het daar vandaan komt. Waar komt het anders vandaan?? Ik ben een gezond mens, ik sport veel en rook niet en drink alleen op gelegenheden. Ze hebben het gat ontdekt, dus komt het voor mijn gevoel dáár vandaan. De artsen in Nieuwegein zullen zich hierover buigen. Intussen heb ik een ‘go’ gekregen van mijn cardioloog om lekker te gaan sporten. Dus dat heb ik vanochtend voorzichtig gedaan. Heerlijk een half uurtje gelopen. Mijn benen vonden het wel wat zwaar, ik heb toch 2 weken stil gestaan. Maar mijn conditie is nog steeds op peil!!
Ik ben nu nog steeds aan de bloedverdunners wat mij ook wat zekerheid geeft om het aanmaak van stolsels tegen te gaan.
Ik merk nog steeds dat ik mijn rust nodig heb vooral als ik mijn kinderen om mij heen heb en lekker druk zijn. Ik merk dat het wel steeds beter gaat met de kindjes. Maar ik moet zeker mijn rust pakken, en dat kan mooi als ze op school zijn.
Tot slot een kleine huishoudelijke mededeling. Ik vind het heel fijn als jullie gezellig langskomen. Dat doet me heel erg goed. Maar een klein verzoek om even vantevoren te bellen, twitteren of hyven wanneer jullie willen komen. Geestelijk heb ik het soms nog erg zwaar en ik heb mijn rust erg nodig. Dit verhaal heb ik in tegenstelling tot mijn vorige blog zelf geschreven. (vorige heeft Jelmer gedaan) dus let niet op taalfouten of grammaticale blunders… hahahaha. Bedankt voor het lezen en een fijn weekend toegewenst.
x Tamara.

3 april 2011

Ok,
het is vrijdagochtend 1 april en de wekker gaat af om 7:00uur. We
hebben lekker lang geslapen en Jelmer gaat naar beneden gevolgd door
mij en de kids. Ik til Lennon naar beneden want dat vindt hij fijn sinds
zijn vinger zeer doet.
Beneden voel ik me meteen wat raar en ik ga even zitten. Ik brabbel
wat maar ga er van uit dat ik nog half slaap. Jelmer vraagt wat, ik weet
niet meer wat, en ik antwoord iets vreemds. Dan komt Jelmer bij me en zegt dat ik wartaal uitsla. Jelmer vertrouwt het niet maar ik ben eigenwijs.
Dan krijg ik langzaam door dat er andere woorden uit mijn mond komen
dan de woorden die ik wil zeggen. Jelmer wil de dokter bellen maar dat
wil ik niet. Ik raak meer verward. Ik wil dat Jelmer de schaar aangeeft om Lennon’s verbandje los te knippen. Het enige wat eruit komt is : ” lepel lepel lepel. ” Dan raak ik in paniek. Ik huil en wil niet naar het ziekenhuis.
Jelmer belt toch en uiteindelijk geef ik toe. Ik fris me op en trek snel wat aan. Na nog wat moeizame communicatie met Jelmer zitten we al snel in
de auto met de kids in de pyjamas naar de eerste hulp.
Ik word meteen getest en onderzocht. De kids krijgen een kleurplaat en een ontbijtje. Snel wordt duidelijk dat er iets in mijn hersenen is gebeurd. Ze proberen erachter te komen waar de schade zit. Jelmer moet af en toe helpen met uitleggen want ook de vragen/opdrachten zijn moeilijk voor me. Ook het plaatsen van de woorden die ik hoor,lukt niet echt. Dan krijg ik een ct-scan. Ik word nog een paar keer onderworpen aan dezelfde tests en uiteindelijk gaan we met de neuroloog naar de 3e verdieping (stroke unit) met de kids op bed. De neuroloog stelt met Jelmer vast dat we er vrij snel bij zijn waardoor een trombolyse effectief kan zijn. De trombolyse (ingespoten bloedverdunner) wordt gestart en de neuroloog legt uit het geen garanties geeft maar dat we elke kans moeten pakken. De hele tijd ben ik gewoon mezelf en voel me prima. Praten blijft moeilijk maar de wartaal is verdwenen. Ik ben alleen wat langzamer.
Jelmer brengt de kinderen naar opa en oma. Ze verbleven ondertussen op het dagverblijf met tv en speelgoed met een oppas van het ziekenhuis. Jelmer is er rond 14.30uur weer. Mijn spraak is weer wat beter en Jelmer is blij. Af en toe nog wat pauzes en nadenken. Dan gaan we een mri doen. Een kwartier lang pokkeherrie aan mn kop en ik mag niet bewegen. Jelmer belt even wat mensen en rijdt me daarna samen met de zuster weer naar mn kamer. De neuroloog stond al klaar om de foto’s te bespreken. Hij heeft linksvoor en linksachter schade gezien aan mn hersenen. Twee stolsels hebben mn spraakgedeelte en mn leesgedeelte tijdelijk afgesloten. Nu rust houden en hopen op herstel.
Jelmer brengt de kids naar opa Koos want daar gaan ze logeren. Dit was al beloofd want we zouden naar een vrijgezellenfeest gaan vanavond. ’s Avonds is Jelmer er weer en merkt meteen dat mn spraak weer vooruit is gegaan. De neuroloog en de zuster bevestigen dit. Heerlijk. Jelmer blijft lekker tv kijken met mij tot een uur of 22.00. Het afscheid is emotioneel.
Slecht geslapen. Jelmer heeft goed geslapen maar heeft een zware ochtend gehad. Ik denk dat Jelmer het zwaarder heeft dan ik.
We hebben ondanks deze verschrikkelijke klap geluk dat ik goed herstel. Nu moeten we op zoek naar de oorzaak. De halsslagaders en het hart gaan onderzocht worden. Dit gebeurt vanaf maandag. Zondagmiddag (nu) mag ik even naar huis. We zien wel wat eruit komt. Misschien niets.
We proberen positief te zijn. Ups en downs. Het is fijn om even thuis te zijn nu.
Tot zover dit verslagje van mij en Jelmer.

Liefs.